Belastingdienst en inkomstenbelasting

Waarschijnlijk heeft u vóór 1 april uw aangifte inkomstenbelasting gedaan. En waarschijnlijk heeft u dat digitaal gedaan via het aangifteprogramma van de belastingdienst. En nu zit uw aangifte samen met tien miljoen andere aangiften in een digitale black box, zoals Aertjan Grotenhuis het zo mooi omschrijft in het NRC weekblad van 3 april.

Wat doet de belastingdienst hier nu mee? Hoe wordt uw aangifte gecontroleerd?

De aangifte wordt op een aantal punten gecontroleerd, zoals veranderingen in inkomen, reiskosten, ziekte en studiekosten. Ook het consequent te laat inleveren van uw aangifte, of een dienstverband bij een werkgever met een slechte fiscale reputatie kunnen invloed hebben. Een combinatie van deze factoren kan ervoor zorgen dat de computer van de belastingdienst de aangifte doorstuurt naar een echte controleur. Dit gebeurt jaarlijks bij ongeveer 800.000 aangiften.

Een interessante vraag is natuurlijk: Wat kan de belastingdienst niet controleren? Op dit moment zijn er nog geen automatische koppelingen tussen de gegevens van de belastingdienst en andere administratiesystemen van de overheid. De geautomatiseerde check die de belastingdienst uitvoert blijft dus beperkt tot de inkomstenaangifte zelf. Op dit moment wordt het hele geautomatiseerde systeem van de belastingdienst herbouwd. In de toekomst kunnen de systemen van andere overheidsinstanties, werkgevers en banken hiermee gegevens uitwisselen, maar dat is vooralsnog niet aan de orde.
Wel kan de belastinginspecteur vrij informatie opvragen bij bijvoorbeeld het Kadaster, de Kamers van Koophandel, werkgevers en banken. Zodra gegevens van deze administratiesystemen automatisch meegaan in de controle door de computer van de belastingdienst, dan zullen er misschien meer scheve situaties aan het licht komen. Voorlopig is de dienst echter afhankelijk van de ingevulde aangifte zelf om een alarmbel te doen rinkelen.
Daarnaast worden controles door de dienst zelf breed uitgemeten in de media, om ten koste van bijvoorbeeld de heer Hiddink of de heer des Bouvrie een afschrikwekkende werking te creëren. Ook bijvoorbeeld de registratie van nummerplaten die tijdens de vakantiedagen de grens overgaan, of die op de parkeerplaats van de Efteling verschijnen, moet bijdragen aan het idee dat leaseautorijders maar beter eerlijk kunnen zijn over de gereden privékilometers. Aangezien 83 procent van de belastingbetalers denkt dat gesjoemel altijd wordt ontdekt lijkt dit goed te werken. In werkelijkheid zijn deze controles bijzonder beperkt.
Wat gebeurt er nu als door een fout in het aangifteprogramma uw aangifte te laag is? De belastinginspecteur kan immers tot vijf jaar na de aangifte een correctie maken. Draagt de burger het risico om vijf jaar na dato nog een aanslag in de bus te krijgen door een foutief aangiftesysteem? Dit was tot voor kort niet het geval. De rechter oordeelde namelijk dat de burger moet kunnen vertrouwen op de overheid. Na een aantal zaken waarin een paar gelukkige belastingbetalers dermate bevoordeeld werden, dat ze feitelijk nooit meer belasting hoeven te betalen, heeft de Tweede Kamer eind 2009 een noodmaatregel aangenomen. Hierin staat dat de burger in het geval van een te lage aangifte door een fout van de belastingdienst alsnog de verschuldigde belasting moet betalen, onder twee voorwaarden: Ten eerste moet de aangifte ten minste 30 procent afwijken van het werkelijk te betalen bedrag. Daarnaast moet de belastingbetaler in één oogopslag kunnen zien dat de aangifte niet correct is.

Twitter Digg Delicious Stumbleupon Technorati Facebook Email

No comments yet... Be the first to leave a reply!

Leave a Reply